Documentatie
Een beknopt overzicht: zelf hosten, de ondertekenflow, de publieke API en verificatie. Uitgebreidere handleidingen volgen.
SealFlow draait als een set Docker-containers achter een reverse proxy (Caddy) met automatische HTTPS. De volledige stack — API (NestJS), web (Next.js), PostgreSQL en de virusscanner — start met één opdracht.
git clone <jouw-repo>/SealFlow.git
cd SealFlow
cp .env.production.example .env.production # secrets invullen
bash scripts/deploy.sh # build + start + migratiesAlleen de reverse proxy staat naar buiten; database en services praten uitsluitend over het interne netwerk. Encryptie at rest is verplicht, en webapp-securityheaders (CSP, HSTS, anti-clickjacking) zitten er standaard in — een verse installatie scoort direct een A op securityheaders.com.
Server-to-server integratie met een werkruimte-gebonden API-key (Bearer of X-API-Key):
Authorization: Bearer sk_live_xxxxxxxxxxxx
GET /api/v1/documents # documenten lezen
GET /api/v1/documents/:id
POST /api/v1/templates/:id/send # versturen vanuit een sjabloonWebhooks: registreer endpoints die de gebeurtenis document.completed ontvangen. Elke aflevering is HMAC-SHA256-ondertekend via de header X-SealFlow-Signature, zodat je de echtheid kunt verifiëren.
Elk voltooid document krijgt een verificatie-ID (SF-JAAR-XXXX-XXXX) met QR-code op de PDF en het certificaat. Iedereen kan de echtheid controleren op /verify/<id> — die pagina toont uitsluitend dataminimale gegevens (status, datum, aantal ondertekenaars, hash, organisatie) en nooit de inhoud of persoonsgegevens.
Broncode en uitgebreidere technische documentatie vind je op GitHub. Beveiligingsvragen? Zie Beveiliging en security.txt.